Twee herenhuizen, het begin van een bijzonder verhaal.
Vanaf de 17e eeuw veranderde de voormalige middeleeuwse lakenweverswijk geleidelijk in een luxe wijk met privéwoningen. Invloedrijke figuren uit de geestelijkheid en de aristocratie wilden zo dicht mogelijk bij de macht zijn, gesymboliseerd door het gouverneurspaleis (justitiepaleis) en het bisschoppelijk paleis, en bouwden hier hun bijzondere herenhuizen.
Charles-Procope de Meldeman de Bouré breidde de eerste burgerlijke woning (huize Hinslin) uit op de plek waar nu het nieuwe archeologisch museum staat. Het gebouw werd een herenhuis met een typische U-vormige plattegrond, uitgevend op een tuin aan de achterkant en voorafgegaan door een binnenplaats aan de straatkant. (1-2-8)
Het gebouw ernaast was door de barones d’Harscamp aangekocht van de abdij van Villers. Ze breidde het uit tot een enorme woning die vanaf 1751 opgenomen werd in het herenhuis van Groesbeeck, vernoemd naar de nieuwe eigenaar. (2-3-5)
De twee naast elkaar liggende herenhuizen hadden bijna twee eeuwen lang een andere bestemming, voordat ze verenigd werden in de Pôle Les Bateliers.
Een herenhuis verdwijnt, het andere verschijnt.
Hoewel het herenhuis van Groesbeeck na de Franse Revolutie werd teruggegeven aan zijn erfgenamen, de markiezen de Croix, hebben ze er nooit gewoond en werd het gebouw af en toe verhuurd aan de een of andere familie. Het werd onderhouden door dienstbodes en zag zo de technische vooruitgang van de 19e eeuw aan zich voorbijgaan.
Heel anders ging het met het voormalige herenhuis van Meldeman de Bouré. Het complex werd in 1837 aangekocht door Monseigneur Nicolas-Joseph Dehesselle, bisschop van Namen, om er een karmelietenklooster van te maken. (9) De gebouwen ondergingen grote veranderingen: er werd een kapel gebouwd op de binnenplaats aan de voorkant, een reeks bogen als kloostergang omsloot de binnenplaats aan de achterkant, en de noordelijke vleugel werd uitgebreid en verbonden met een nieuw gebouw aan de oostkant van het terrein. De grote erkers, die vroeger zeer gewild en geliefd waren, zijn gesloten en vervangen door kleine openingen, een weerspiegeling van de onthechting van de wereld die de Ongeschoeide Karmelieten praktiseerden. (4-6) Het voormalige centrale gebouw van het herenhuis van Meldeman de Bouré wordt benadrukt door twee klokkentorens en herbergt op de begane grond het koor van de zusters, dat via een zwaar traliewerk met scherpe punten toegang geeft tot de kapel! (7) Het klooster werd in 1906 gesloten.
2) Herenhuis van Meldeman de Bouré (in het blauw) en eerste herenhuis van Groesbeeck (in het rood) aan het begin van de 18e eeuw.
3) Herenhuis van Meldeman de Bouré (rechts) en eerste herenhuis van Groesbeeck (links) aan het begin van de 18e eeuw.
4) Plattegrond van het karmelietenklooster volgens de herinneringen van een non. In het blauw het terrein van het voormalige herenhuis van Meldeman de Bouré en in het groen de gebouwen van de karmelieten, inclusief de kapel aan de voorkant.
5) Originele gevel van het tweede herenhuis van Groesbeeck aan het begin van de 20e eeuw.
6) De bogen die de kloostergang vormden rond de achterste binnenplaats.
7) Het karmelietenklooster gezien vanaf de citadel, met zijn twee parallelle vleugels en centrale deel met daarop twee klokkentorens. (Centrale deel – Zuidelijke vleugel – Noordelijke vleugel – Oostelijke vleugel)
8) Restanten van de zuidvleugel (vernield) van het voormalige herenhuis van Meldeman de Bouré in de 20e eeuw.
9) Het wapenschild van de karmelieten. (motto: Ik ben vervuld van een jaloerse ijver voor de Heer, God der heerscharen).
Tijd voor cultuur en onderwijs!
In 1935, nadat het op de monumentenlijst was geplaatst, werd het voormalige herenhuis van Groesbeeck verkocht aan de stad Namen. De meubels en een groot deel van de inrichting en decoratie werden verwijderd. De stad besloot, na een eerste restauratie, om er een museum van decoratieve kunsten van te maken. In 1937 organiseerde de stad een wedstrijd om de Franse tuin, die vandaag nog steeds te bewonderen is, opnieuw aan te leggen. (14) Gaandeweg kon men in het gebouw niet alleen collecties van de stad bewonderen maar ook van andere instanties (waaronder de Federatie Wallonië-Brussel, het Museum Kunst & Geschiedenis, de provincie Namen, de Koning Boudewijnstichting, de Fondation Société archéologique en de Fondation Arts et Histoire en Namurois).
Het aanliggende voormalige karmelietenklooster van Jezus, Maria en Jozef werd verhuisd naar Jambes en overgenomen door de school en het pensionaat Saint-Jacques des Bateliers. (10-15-17) De gebouwen bevatten de voormalige naburige woning van de baron van Doulingen en werden aanzienlijk uitgebreid. Er werden ook grote aanpassingen gedaan om ze als school te kunnen gebruiken. Deze keer werd het centrale deel van het voormalige herenhuis van Meldeman de Bouré, dat was omgebouwd tot het koor van de karmelieten, afgebroken. Het chevet van de kapel werd zo vrijgemaakt en opengewerkt door een hoge travee waarin een glas-in-loodraam werd geplaatst dat rond 1908 werd gemaakt door de Brugse glas-in-loodkunstenaar Louis Grossé junior (1840-1929). (11)
De Ecole des Bateliers, die erg populair was bij de inwoners van Namen, verdween in 1980, toen de gebouwen ongeschikt waren geworden. Datzelfde jaar besloot de stad de oude school en de neoklassieke kapel te kopen om ze een culturele bestemming te geven. Het gebouw ernaast, waar het internaat in gevestigd was, werd verkocht aan privé-investeerders.
In 1984 besloot de stad Namen om de voormalige school ter beschikking te stellen aan het Maison de la Culture de l'Arrondissement en het Centre théâtral de Namur. De voormalige kapel werd omgebouwd tot een theater met 100 zitplaatsen, genaamd “Les Bateliers”. In 1986 werden de creatieve ateliers opgericht onder de naam B'Ateliers, als eerbetoon aan de locatie waar ze zijn ondergebracht. (19)
Bijna 15 jaar lang, van 1984 tot 1997, bood de kapel van Les Bateliers onderdak aan theater, dans, concerten en zelfs filmvoorstellingen. Het was hier dat Benoît Poelvoorde zijn toneeldebuut maakte met La règle du jeu en, een paar jaar later, Modèle déposé geregisseerd door Bruno Belvaux. (16-18)
Ondanks al die activiteit kon met niet voorkomen dat de site in verval geraakte. Op basis van een rapport van de brandweer, waarin de onveilige staat van de gebouwen aan het licht werd gebracht, besloot de stad de site te sluiten om ze te herstellen.
11) Plattegrond bij benadering van de École des Bateliers door een oud-leerling: in het blauw de ruimtes van het voormalige herenhuis van Meldeman de Bouré, in het groen de gebouwen van het voormalige karmelietenklooster en in het rood de nieuwe gebouwen van de school.
12) De lokalen na de sluiting van B’Ateliers.
13) De kapel omgebouwd tot theater.
14) Inrichting van de tuin van het Museum van Decoratieve Kunsten (voormalige herenhuis van Groesbeeck) rond 1937.
15) Het leven op de school Saint-Jacques des Bateliers.
16) Artistieke activiteiten voor kinderen van B’Ateliers.
17) De voormalige kapel.
18) Benoît Poelvoorde tijdens een optreden in de voormalige kapel van Les Bateliers.
19) Affiche van de creatieve ateliers van B’Ateliers.
Een nieuwe gedeelde bestemming.
In 2004 besloot de stad Namen om het oude schoolgebouw te vervangen door een gloednieuw museum om zijn archeologische collecties in onder te brengen. Samen met het Musée de Groesbeeck-de Croix (nu het Musée des Arts décoratifs de Namur) zullen de twee instellingen de Pôle muséal Les Bateliers vormen, als eerbetoon aan het verleden van de site.
Vanaf 2010 werden alle oude schoolgebouwen behalve de kapel gesloopt. (27-29) Een nieuw gebouw van twee verdiepingen, ontworpen door het architectenbureau Pire et Goots, komt in de plaats van de jongensvleugel van de school (deels op de plaats van de noordelijke vleugel van het voormalige herenhuis van Meldeman de Bouré uit de 18e eeuw), terwijl een conciërgewoning en kantoren de oude gebouwen aan de voorkant vervangen. Een lange glazen galerij verbindt de zalen van het nieuwe museum met de kapel. Het is een kunstwerk van Jean Glibert (1938-2024), een huisschilder, zoals hij zichzelf omschreef. Het werk projecteert een dambordpatroon op de witte muren van de galerij, dat weerkaatst wordt door fel oranje geschilderde strepen.(22-23)
Naast de ruimtes voor de overzichtstentoonstelling bevat het nieuwe museum een educatieve ruimte, een ruimte om werken te creëren, een documentatiecentrum en opslagruimtes.
De tuin grenst aan die van het Maison de la Poésie en sluit aan op die van het Musée Rops, waardoor een echt cultureel eiland ontstaat dat ook het Maison du Conte omvat.
Tussen 2013 en 2016 voerde de stad een grondige restauratie uit van het voormalige herenhuis van Groesbeeck, dat sindsdien geclassificeerd is als uitzonderlijk erfgoed in Wallonië: de dakconstructies, daken, raamkozijnen, gevels, muren en tuinpaviljoens werden gerestaureerd, net als alle technische voorzieningen (elektriciteit, airconditioning, verwarming, alarm- en detectiesystemen).(26) De binnenplaats is overdekt door een groot glazen dak dat hem met de Kapel Les Bateliers verbindt. De stallen en een nieuwe tentoonstellingsruimte, die enerzijds als winkel en anderzijds als restaurant gebruikt kunnen worden, het project compleet maken. De voormalige hooizolder is omgebouwd tot een educatieve ruimte die kan worden omgevormd tot een auditorium, terwijl de voormalige conciërgewoning onderdak biedt aan de opslagruimtes van het museum.
Dankzij deze ontwikkelingen en de samenstelling van een gezamenlijk team voor de twee musea - dat ook verantwoordelijk zal zijn voor het beheer van alle collecties van de stad - werd de Pôle Muséal in 2023 onderverdeeld in categorie B door de Federatie Wallonië-Brussel.
Archeologische ontdekkingen
Tussen 2005 en 2011 werd er archeologisch onderzoek uitgevoerd op het terrein en in de gebouwen zelf, voorafgaand aan de herbestemming van het terrein. Uit de ontdekking van een twintigtal kuilen en silo's, evenals enkele houten structuren, bleek dat de lange geschiedenis van dit stadsperceel teruggaat tot het Romeinse Rijk. (20-21-28)
Van het ene museum naar het andere
Het archeologisch museum, opgericht door de Société archéologique de Namur, is al meer dan 160 jaar gehuisvest in de Halle al'Chair. (24-25) In 2019 werd begonnen met de incorporatie in de Pôle Muséal. Dankzij de investering van de stad Namen om de collecties in een nieuw kader te plaatsen, kon er ook een volledig nieuw museografisch parcours worden aangelegd, zodat bezoekers de voorwerpen opnieuw kunnen ontdekken in het licht van nieuwe kennis. (31)
21) Archeologische opgravingen.
22) Bouw van het nieuwe archeologisch museum op de fundamenten van het oude schoolgebouw.
23) Zicht op de glazen galerij en de tuinen aan de kant van het archeologisch museum.
24) Oude foto van de Halle al’chair.
25) Zicht op een zaal in het voormalige archeologisch museum in de Halle al'chair.
26) De twee musea in restauratie.
27) De kapel in restauratie.
28) Archeologische opgravingen.
29) Herontdekking van de koepel van de kapel (1838) met zijn gegoten ornamenten.
30) Start van de reconstructiewerken aan het nieuwe archeologisch museum.
31) Plaatsing van de werken in het nieuwe archeologisch museum in de Pôle Les Bateliers.




